Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
15/820008-15(P)
Rechtbank Noord-Holland
Op 1 januari 2015 werd verdachte aangehouden op Schiphol met in haar koffers ongeveer 3997 gram cocaïne. Verdachte verklaarde dat zij slechts wist van 1 kilogram en dat zij de koffers van derden had gekregen. De rechtbank oordeelde dat verdachte zich bewust heeft blootgesteld aan de kans dat er meer cocaïne in de koffers zat dan afgesproken, en dat zij (voorwaardelijk) opzet had op het volledige gewicht.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde feit bewezen en wees het verweer van de verdediging af. Verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de aard en ernst van het delict, de hoeveelheid drugs, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het feit dat zij alleenstaande moeder is van drie minderjarige kinderen en uit financiële nood handelde.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 24 maanden op, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis had doorgebracht. De eis van de officier van justitie van 30 maanden werd gematigd vanwege de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk invoeren van circa 3997 gram cocaïne.