ECLI:NL:RBNHO:2015:2732
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling van het slachtoffer in juni 2014.
De officier van justitie stelde dat verdachte actief had bijgedragen aan het vasthouden van het slachtoffer, terwijl de verdediging betoogde dat verdachte slechts ondersteunende handelingen verrichtte zoals het wassen van kleding en schoonmaken, zonder betrokkenheid bij geweld of dwang.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte een bewuste en nauwe samenwerking had met medeverdachten die nodig is voor medeplegen. Verdachte had geen geweldshandelingen verricht en zijn rol was beperkt tot faciliterende handelingen. Het niet distantiëren van de handelingen van medeverdachten was onvoldoende voor medeplegen.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering omdat het ten laste gelegde feit niet bewezen was. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving.