Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Inleiding
4.Bewijs
onder 1 primairten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:
5.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
onder 1 primairbewezenverklaarde levert op:
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
8.Vordering benadeelde partij[slachtoffer] en schadevergoedingsmaatregel
€ 78.760,81ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 1. en 2. ten laste gelegde feiten zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit:
Totaal €78.760,81
Totaal €5.878,69
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
18 (achttien) maanden.
€ €5.878,69, bestaande uit € 3.378,69 voor de materiële en
€ 2.500,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, aan[slachtoffer], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.