ECLI:NL:RBNHO:2015:3129
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Benoeming voogd na overlijden gezaghebbende ouders wegens niet-aanvaarding testamentaire voogdij
Na het overlijden van beide ouders van de minderjarige was het noodzakelijk om te voorzien in het opengevallen gezag. De moeder had bij testament een voogd aangewezen, maar deze persoon had de voogdij nooit aanvaard, waardoor er feitelijk geen voogdij was.
De verzoekster vroeg de rechtbank haar te benoemen tot voogd, stellende dat de benoeming in het testament abusievelijk was gebeurd en dat de aangewezen voogd nooit de intentie had gehad de voogdij te aanvaarden. De rechtbank stelde vast dat de voogdij niet was aanvaard, wat werd bevestigd door het gezagsregister.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de minderjarige het beste gediend was met benoeming van de verzoekster tot voogd. De minderjarige zelf had ook haar voorkeur uitgesproken. De benoeming werd direct uitvoerbaar verklaard, en het verzoek tot tijdelijke voogdij werd afgewezen omdat de benoeming direct ingaat.
Uitkomst: De rechtbank benoemt de verzoekster tot voogd over de minderjarige en verklaart de beschikking direct uitvoerbaar.