Uitspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet overtuigend bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd en moet zij daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van witwassen van een geldbedrag van €86.500, voornamelijk bestaande uit biljetten van €500, aangetroffen op Schiphol op 24 december 2012. Het Openbaar Ministerie vorderde bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.
De rechtbank constateerde dat het dossier geen direct bewijs bevatte dat het geldbedrag afkomstig was uit een misdrijf, hoewel de omstandigheden zoals het grote bedrag in coupures van €500, het bezit van meerdere telefoons zonder contactpersonen, en het gebruik van een tijdelijk reisdocument een vermoeden van witwassen rechtvaardigden. Verdachte gaf een verklaring over de herkomst van het geld, deels uit een erfenis en deels uit eigen verdiensten, die niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk of onwaar was.
De rechtbank nam ook de verklaringen van Duitse autoriteiten en het rechtshulpverzoek mee, die de stellingen van verdachte deels bevestigden. Verdachte vertoonde wel een warrige indruk en gaf merkwaardige antwoorden, maar dit was onvoldoende om het vermoeden te bevestigen. Verdachte verscheen niet ter terechtzitting, maar had zich wel meerdere malen ongevraagd gemeld.
Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van witwassen en gelastte de teruggave van het in beslag genomen geldbedrag.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zij wist dat het geld afkomstig was uit een misdrijf.