ECLI:NL:RBNHO:2015:3812

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 april 2015
Publicatiedatum
7 mei 2015
Zaaknummer
C/15/224505/HA RK 15/62
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 37 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking rechters buiten behandeling wegens onvoldoende motivatie

Op 2 april 2015 diende verzoeker een schriftelijk verzoek tot wraking in tegen drie rechters die betrokken waren bij een civiele handelszaak bij de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar. Verzoeker stelde dat hij geen antwoorden had ontvangen op vragen die hij aan de rechters had gesteld en dat hij bepaalde stukken niet had verkregen, waardoor hij in zijn rechtsgang werd belemmerd.

De wrakingskamer beoordeelde het verzoek en constateerde dat verzoeker niet had gespecificeerd welke vragen onbeantwoord waren gebleven noch welke stukken niet waren verstrekt. Tevens ontbrak elke concrete aanwijzing dat de rechters niet onpartijdig of onafhankelijk zouden zijn bij de behandeling van zijn wrakingsverzoek.

Op grond van artikel 36 en Pro 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het wrakingsprotocol van de rechtbank Noord-Holland werd het verzoek als onvoldoende gemotiveerd en daardoor kennelijk niet-ontvankelijk aangemerkt. De wrakingskamer besloot het verzoek tot wraking buiten behandeling te stellen en bepaalde dat de procedure in de hoofdzaak onverminderd wordt voortgezet.

De beslissing werd op 3 april 2015 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter S.M. Jongkind-Jonker en rechters J.L. Roubos en D.D.M. Hazeu. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek tot wraking wordt buiten behandeling gesteld wegens onvoldoende motivatie en kennelijke niet-ontvankelijkheid.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/224505/HA RK 15/62
Beslissing van 3 april 2015
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
doch feitelijk verblijvende te [verblijfplaats],
verzoeker.
Het verzoek is gericht tegen:
Mr. L.J. Saarloos, mr. J.H. Gisolf en mr. M.A.J. Berkers,
hierna te noemen: de rechters.

1.Procesverloop

1.1
Verzoeker heeft per e-mail, ontvangen door de wrakingskamer op 2 april 2015, schriftelijk de wraking verzocht van de rechters in de bij deze rechtbank, afdeling privaatrecht, sectie Handel & Insolventie, locatie Alkmaar aanhangige zaak met als zaaknummer C/15/224110/HA RK 15/57 hierna te noemen: de hoofdzaak.
1.2
De rechters hebben mondeling laten weten niet in de wraking te berusten.
1.3
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek.

2.De beoordeling van het verzoek

2.1
Op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn.
2.2
Ingevolge het bepaalde in artikel 37 Rv Pro dient een verzoek tot wraking de gronden van het verzoek te bevatten. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij vragen heeft toegestuurd aan de rechters waarop hij vóór 2 april 2015 15.00 uur antwoord wilde hebben. Hij heeft verklaard dat hij, nu hij die antwoorden niet voor genoemd tijdstip heeft gekregen, geen andere keuze heeft dan de rechters te wraken. Daarnaast heeft hij aangevoerd dat hij de gevraagde stukken niet heeft verkregen zodat hij in zijn rechtsgang belemmerd wordt. Verzoeker heeft op geen enkele wijze aangevoerd welke specifieke vragen hij gesteld heeft waarop het antwoord aan hem geweigerd is, noch welke specifieke stukken hij heeft opgevraagd en niet heeft verkregen. Verzoeker heeft ook overigens op geen enkele wijze aangegeven dat de rechters bij de behandeling van zijn wrakingsverzoek niet onpartijdig of niet onafhankelijk zullen zijn. Aangezien het verzoek derhalve onvoldoende gemotiveerd is, is het daardoor kennelijk niet-ontvankelijk.
2.3
Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1 in samenhang met paragraaf 4.1 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, op internet te vinden op de website van de rechtbank onder
http://www.rechtspraak.nl/Organisatie/Rechtbanken/Noord-Holland/RegelsEnProcedures, zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking van de rechters wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling stellen.

3.Beslissing

De rechtbank
3.1
stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling;
3.2
beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker en de rechters een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,
3.3
bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak met zaaknummer C/15/224110/HA RK 15/57 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het schriftelijk verzoek tot wraking en beveelt daartoe de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan de voorzitter van de rechtbank Noord-Holland, afdeling Privaatrecht, sectie Handel & Insolventie, locatie Alkmaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. S.M. Jongkind-Jonker voorzitter, mr. J.L.. Roubos rechter en mr. D.D.M. Hazeu rechter, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van C. Vis-van Zanden, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2015
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.