Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
2.De beoordeling van het verzoek
zodra de feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden aan de verzoeker bekend zijn geworden”.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster heeft op 3 april 2015 om 13.23 uur per e-mail een verzoek tot wraking ingediend tegen de rechters L.J. Saarloos, J.H. Gisolf en M.A.J. Berkers, die betrokken waren bij een lopende civiele procedure bij de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar.
De wrakingskamer heeft vastgesteld dat de zitting in de hoofdzaak reeds had plaatsgevonden op dezelfde dag om 12.15 uur, waarbij verzoekster niet aanwezig was en aansluitend een uitspraak is gedaan waarbij een eerder wrakingsverzoek van haar ongegrond werd verklaard. Hierdoor was de behandeling van de zaak feitelijk beëindigd op het moment van het nieuwe wrakingsverzoek.
Op grond van artikel 37 lid 1 Wetboek Pro van Rechtsvordering kan een wrakingsverzoek slechts worden ingediend zolang de behandeling van de zaak niet is geëindigd. Omdat verzoekster haar wrakingsverzoek te laat heeft ingediend en niet heeft gesteld dat zij dit niet eerder kon doen, is zij kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek.
De rechtbank heeft het verzoek daarom buiten behandeling gesteld en beveelt de griffier om een afschrift van deze beslissing aan verzoekster en de rechters te zenden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening en buiten behandeling gesteld.