Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 30 juli 2014
- het proces-verbaal van comparitie van 10 december 2014.
2.De feiten
3.De vordering
- i)
- ii)
- iii)
4.Het verweer
5.De beoordeling
toekomstigeeigenaren van het dienende erf, ook als de eigenaar van het dienende erf in bedoelde omstandigheden geen aanleiding ziet voor een dergelijke vordering, of daar zelfs expliciet mee heeft ingestemd. Dat kan niet worden aanvaard, aangezien de stabiliteit van de rechtsverhoudingen die uit het zakelijk recht van erfdienstbaarheid voortvloeit daarmee te zeer zou worden ondermijnd.
Voor wat betreft de afvoerleidingen en putten geldt dat [eiser] het desbetreffende gedeelte van zijn percelen vrij moet houden om ongestoorde uitoefening van de erfdienstbaarheid mogelijk te maken. Hoewel de inbreuk die deze werken maken op het eigendomsrecht van [eiser] in beginsel onrechtmatig is en [eiser] in zoverre het recht heeft de verwijdering van deze werken te vorderen, valt niet in te zien welk belang [eiser] heeft bij verwijdering van deze werken. Dat geldt te meer nu partijen in goed overleg hebben besloten tot het dempen van de sloot, waarop de percelen van partijen ter plaatse kennelijk afwaterden en als gevolg van die demping in een alternatieve afwatering van beide percelen moest worden voorzien. Voorts staat als niet weersproken vast dat partijen in overleg zijn getreden over de aanleg van parkeerplaatsen door Vos Spoorwegstraat op het perceel naast de weg en dat [eiser] in eerste instantie voornemens was deze parkeerplaatsen van Vos Spoorwegstraat te kopen. Onder die omstandigheden is het begrijpelijk dat Vos Spoorwegstraat de putten heeft aangebracht op het meest logische punt, namelijk tussen de parkeerplaatsen en de asfaltweg. Uit het voorgaande volgt dat Vos Spoorwegstraat zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat aan de zijde van [eiser] sprake is van misbruik van recht (bevoegdheid), aangezien hij gelet op de onevenredigheid tussen zijn belang bij uitoefening van zijn recht en het belang van Vos Spoorwegstraat dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot uitoefening van zijn bevoegdheid tot het vorderen van verwijdering van de werken heeft kunnen komen.
- 1.130,00