ECLI:NL:RBNHO:2015:4363
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Nakoming vaststellingsovereenkomst en terugbetaling WW-uitkering na ontslag op eigen verzoek
De werknemer trad in 2001 in dienst bij Alliander en verloor zijn functie per 1 juni 2013 door een reorganisatie. Na een periode zonder passende functie koos hij voor beëindiging van het dienstverband per 1 september 2013 met een ontslagvergoeding en sloot hij een vaststellingsovereenkomst waarin was bepaald dat hij bij het aanvragen van een WW-uitkering deze aan Alliander moest terugbetalen.
Ondanks deze afspraak vroeg de werknemer toch een WW-uitkering aan, die na bezwaar werd toegekend. Alliander vorderde daarop terugbetaling van de door het UWV aan haar in rekening gebrachte bedragen en stelde dat de werknemer tekort was geschoten in de nakoming van de overeenkomst.
De werknemer betwistte dit en stelde dat hij slechts afstand had gedaan van het bovenwettelijke deel van de WW-uitkering, niet van het volledige recht. De rechtbank oordeelde aan de hand van het Haviltex-criterium dat partijen waren overeengekomen dat de werknemer afstand deed van het volledige recht op WW-uitkering.
De werknemer is tekortgeschoten door toch een WW-uitkering aan te vragen en niet terug te betalen. De rechtbank veroordeelde hem tot nakoming van de overeenkomst, betaling van de wettelijke rente en proceskosten, en verwees de schadevergoeding voor het overige naar de schadestaatprocedure.
Uitkomst: De werknemer wordt veroordeeld tot terugbetaling van de ontvangen WW-uitkering, betaling van wettelijke rente en proceskosten wegens tekortkoming in nakoming van de vaststellingsovereenkomst.