Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.InleidingVerdachte wordt verweten dat hij samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]
4.Bewijs
Verdachte heeft zich daarnaast, niet in vereniging, schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door de in strijd met de waarheid opgestelde relatieverklaring te ondertekenen.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
drie [3] maanden, met bevel dat deze straf
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.