Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Vrijspraak
4.Bewijs
15/760071-14
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [naam], d.d. 26 oktober 2014.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [naam], d.d. 6 september 2014;
- het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige [naam] d.d. 14 september 2014;
- proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1100-2014171194-13, opgemaakt op 16 oktober 2014 door verbalisant [verbalisant], inhoudende de verklaring van getuige [naam].
swijze van verdachte was proportioneel gelet op deze harde duw. Bovendien was de handel
swijze ook gepast, aangezien uit het dossier blijkt dat aangever achter verdachte aanzat. Verdachte stond met zijn rug tegen de tafel waar hij tegenaan was geduwd. In deze omstandigheden kon niet van verdachte worden gevergd dat hij zou vluchten. Nu noodweer bij een verdenking van mishandeling het wederrechtelijk aspect wegneemt, dient vrijspraak te volgen.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
- het Pro Justitia rapport van [psychiater], kinder- en jeugdpsychiater van 31 december 2014 naar aanleiding van het bij dagvaarding met parketnummer 15/760071-14 onder 1 ten laste gelegde feit;
- het uitgebreid advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 30 april 2015.
- zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
- zijn medewerking verleent aan het vaststellen van zijn identiteit;
- zijn medewerking verleent aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
8.Vordering benadeelde partij
9.Vordering tot tenuitvoerlegging
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
HONDERD (100) URENtaakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door VIJFTIG (50) dagen jeugddetentie, met bevel dat een gedeelte groot
VIJFTIG (50) UREN, bij niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door VIJFENTWINTIG (25) dagen jeugddetentie,
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht
- zich meldt bij de Jeugd- en Gezinsbeschermers te Haarlem en zich daarna gedurende de proeftijd en op door de Jeugd- en Gezinsbeschermers te bepalen tijdstippen dient te blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht;
- gedurende de proeftijd wordt verplicht mee te werken aan het vinden en behouden van een passende dagbesteding.
VIJFTIG (50) URENsubsidiair VIJFENTWINTIG (25) dagen jeugddetentie, opgelegd bij vonnis van de kinderrechter d.d. 22 november 2012.