ECLI:NL:RBNHO:2015:4915
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afvoer en vernietiging zinkend schip
Verzoeker heeft zich tot de voorzieningenrechter gewend om te voorkomen dat zijn schip, dat in slechte staat verkeerde en zinkend was, zou worden afgevoerd en vernietigd. Hij wilde drie maanden uitstel om te verhuizen, gesteund door een aanbod van een scheepssloperij om het schip tegen een kleine woonark af te voeren.
De voorzieningenrechter stelde vast dat op 26 mei 2015 spoedeisende bestuursdwang was toegepast om het schip te bergen vanwege het risico op verontreiniging van het oppervlaktewater. Verzoeker heeft op die dag schriftelijk afstand gedaan van het schip, dat sindsdien eigendom is van verweerder, de minister van Infrastructuur en Milieu.
Omdat verweerder nu eigenaar is, staat niets hem in de weg om het schip af te voeren op een door hem gewenste datum zonder opnieuw bestuursdwang toe te passen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet kan leiden tot het door verzoeker gewenste resultaat en wees het verzoek af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 16 juni 2015 en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het afvoeren en vernietigen van het schip wordt afgewezen.