Op 16 maart 2015 werd verdachte gearresteerd op luchthaven Schiphol met circa 1997,5 gram cocaïne verborgen in de bodem van zijn koffer. De rechtbank stelde vast dat verdachte de koffer zelf had ingepakt en dat hij de enige gebruiker was, waardoor het opzet op invoer werd aangenomen. De verdediging betoogde dat verdachte geen opzet had, maar de rechtbank verwierp dit omdat het onwaarschijnlijk is dat een organisatie zo'n grote hoeveelheid cocaïne onwetend laat vervoeren.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte opzettelijk de cocaïne binnen Nederland heeft gebracht. Verdachte had eerder al een veroordeling wegens een opiumdelict, wat recidive toont. De ernst van het feit, de hoeveelheid cocaïne en de maatschappelijke gevolgen van de handel werden meegewogen.
De officier van justitie eiste 24 maanden gevangenisstraf, een eis die de rechtbank volgde. De opgelegde straf wordt verminderd met de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.