ECLI:NL:RBNHO:2015:5632
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen grond voor integrale proceskostenvergoeding na intrekking beroep fiscale eenheid
Eiseressen verzochten om fiscale eenheid met ingang van 1 januari 2010 en 2012, welke verzoeken door verweerder werden afgewezen. Na afwijzing van bezwaar en beroep introkken eiseressen hun beroepen nadat verweerder tegemoet was gekomen met een beschikking fiscale eenheid. De kern van het geschil betrof de hoogte van de proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de verzoeken om integrale proceskostenvergoeding niet te laat waren gedaan en verweerder voldoende gelegenheid had gehad te reageren. Er was geen sprake van bijzondere omstandigheden zoals onzorgvuldig handelen of misbruik van bevoegdheid door verweerder. De rechtbank verwierp het verzoek om vergoeding van werkelijk gemaakte proceskosten.
Wel veroordeelde de rechtbank verweerder tot betaling van de forfaitaire proceskostenvergoeding aan eiseres 1, omdat alleen haar verzoeken waren ingewilligd. Het verzoek van eiseres 2 werd afgewezen. De totale vergoeding aan eiseres 1 bedroeg €4.402, inclusief vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van forfaitaire proceskostenvergoeding aan eiseres 1, verzoek om integrale vergoeding wordt afgewezen.