Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
2 juni 2015 (datum verzoek) in ieder geval de minimale ontslaguitkering dienen te verstrekken.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker, directeur sinds 2006 van een gemeenschappelijke regeling voor sociale werkvoorziening, werd strafontslag verleend wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder het nalaten het bestuur te informeren over statutenwijzigingen en het beschadigen van het vertrouwen van de organisatie.
Verzoeker betwistte het zeer ernstig plichtsverzuim en stelde dat hij wel over de praktische gevolgen had geïnformeerd en dat de verstoorde arbeidsrelatie mede werd veroorzaakt door het bestuur zelf. De voorzieningenrechter oordeelde dat wel sprake is van plichtsverzuim, maar niet van zodanig ernstig plichtsverzuim dat strafontslag evenredig is.
De subsidiaire ontslaggrond wegens een onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie werd voorlopig niet toegewezen, omdat dit nader onderzoek vergt. De voorlopige voorziening schorst het strafontslag tot zes weken na de beslissing op bezwaar en vergoedt verzoeker het griffierecht en proceskosten.
De uitspraak benadrukt de ingrijpende gevolgen van strafontslag en het belang van zorgvuldige belangenafweging bij ontslagbesluiten.
Uitkomst: Het strafontslag van de directeur wordt geschorst wegens onvoldoende bewijs van zeer ernstig plichtsverzuim.