Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Kantonrechter
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Chronologisch verloop sedert de pleegdatum
Uit de wetsgeschiedenis valt af te leiden dat het begrip “handicap” zoals vermeld in artikel 429quater Sr., in het wetgevingsproces welbewust niet nader is omschreven. De inkleuring van dit begrip hangt mede af van de uitleg van artikel 2 Wet Pro gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Bij toetsing aan deze bepaling is de Commissie Gelijke Behandeling tot de conclusie gekomen dat in dit geval sprake was van het maken van een verboden onderscheid door beklaagde.
4.Korte weergave van de inhoud van het strafdossier.
5.De bandopnamen van het gesprek van 5 september 2011.
6.Standpunten van de procespartijen en de beoordeling daarvan
7.VrijspraakNaar het oordeel van de kantonrechter is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd en moet zij daarvan worden vrijgesproken.
8.Vordering benadeelde partij
9.Beslissing
antonrechter en uitspraakdatum