Op 15 maart 2015 werd bij een verscherpte douanecontrole op Schiphol circa 8 kilogram cocaïne aangetroffen in een rolkoffer van een koerier uit Paramaribo. Verdachte en een medeverdachte haalden deze koffer af na een observatie door de douane en het Drugsteam. Verdachte werd aangehouden vlak voor het instappen in een taxi met de koffer.
De rechtbank achtte medeplegen van de invoer wettig en overtuigend bewezen, mede op basis van verklaringen van verdachte zelf waarin zij toegaf betrokken te zijn bij het plan en de uitvoering. Het opzet van verdachte strekte zich uit tot de totale hoeveelheid cocaïne, niet slechts de door haar genoemde 1 kilogram.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 27 maanden gevangenisstraf, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, mede gelet op haar jeugdige leeftijd, beïnvloedbaarheid en impulsiviteit. Tevens werden bijzondere voorwaarden opgelegd waaronder reclasseringstoezicht, meldplicht en gedragsinterventie.
De straf weerspiegelt de ernst van het feit en de schadelijkheid van de ingevoerde hoeveelheid cocaïne, bestemd voor verdere handel en verspreiding, met de maatschappelijke gevolgen van drugscriminaliteit in acht genomen.