ECLI:NL:RBNHO:2015:6073
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer van 2,9 kg cocaïne via luchthaven Schiphol met voorwaardelijk opzet
Op 9 december 2014 werd verdachte op de luchthaven Schiphol aangehouden nadat in een koffer met zijn naam 2.920,3 gram cocaïne werd aangetroffen. Verdachte verklaarde dat hij de koffer had gekregen van een vrouw die hij in Italië had ontmoet en dat hij de koffer niet had gecontroleerd nadat hij deze terugkreeg. Hij zou de koffer vervoeren in ruil voor een geldbedrag en een voorgenomen huwelijk.
De rechtbank oordeelde dat verdachte zich bewust heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de koffer cocaïne bevatte, waarmee voorwaardelijk opzet is bewezen. De invoer van deze hoeveelheid cocaïne werd als ernstig misdrijf aangemerkt, mede vanwege de schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid en de relatie met andere criminaliteit.
Hoewel de officier van justitie een gevangenisstraf van 30 maanden eiste, werd rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte, die kort voor het delict 18 jaar was geworden. Daarom besloot de rechtbank de straf aanzienlijk te matigen tot 15 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Verdachte werd vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden. De tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de opgelegde straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk invoeren van 2,9 kg cocaïne.