ECLI:NL:RBNHO:2015:627
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bijdrage ouders in kosten levensonderhoud en studie meerderjarig kind
De zoon heeft bij de rechtbank verzocht om een bijdrage van zijn ouders in de kosten van zijn levensonderhoud en studie, aangezien hij een HBO-opleiding volgt. De ouders zijn gescheiden en hadden eerder afspraken gemaakt over kinderbijdragen tijdens minderjarigheid. De zoon vroeg om een maandelijkse bijdrage van €300,66 van de vader en €25 van de moeder, later gewijzigd tot €220 van de vader.
De vader stemde in met het gewijzigde verzoek en de moeder bevestigde een bijdrage van €25 per maand. De rechtbank overweegt dat ouders na het bereiken van 21 jaar niet meer verplicht zijn tot levensonderhoud op grond van artikel 1:392 BW Pro, tenzij er sprake is van behoeftigheid of een versterkte natuurlijke verbintenis.
Gezien de overeenstemming tussen partijen legt de rechtbank vast dat de vader en moeder bijdragen zoals overeengekomen, zolang de zoon studeert en uiterlijk tot zijn 25e verjaardag. De beschikking wordt gegeven in het openbaar en kan worden bestreden bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat de ouders een maandelijkse bijdrage van respectievelijk €220 en €25 aan de studerende zoon betalen tot zijn 25e verjaardag.