Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.HET VERLOOP VAN HET GEDING
2.DE UITGANGSPUNTEN
3.DE VORDERING EN DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
4.DE GRONDEN VAN DE BESLISSING
5.DE BESLISSING
30 juni 2015in tegenwoordigheid van
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak vordert eiseres, SRLEV N.V., de schorsing van de executie van een vonnis van de kantonrechter van 13 mei 2015, waarin zij werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan gedaagde. Eiseres stelt dat het vonnis berust op een kennelijke juridische misslag omdat de kantonrechter zonder de hoofdzaak op de rol te zetten een eindvonnis heeft gewezen, waardoor eiseres niet de mogelijkheid kreeg om in de hoofdzaak van antwoord te dienen.
Gedaagde betwist dit en voert aan dat eiseres geen spoedeisend belang heeft en dat zij reeds meerdere malen uitstel kreeg om van antwoord te dienen maar dit niet heeft gedaan. De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering spoedeisend is en dat het vonnis klaarblijkelijk berust op een juridische misslag. De kantonrechter had de hoofdzaak niet mogen afdoen zonder eiseres de mogelijkheid te geven van antwoord te dienen na het incident.
De voorzieningenrechter wijst de vordering toe en schorst de executie van het vonnis totdat het gerechtshof te Amsterdam in hoger beroep heeft beslist. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De executie van het vonnis van 13 mei 2015 wordt geschorst totdat het gerechtshof in hoger beroep heeft beslist.