Uitspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder feit 2 primair, en feit 5 tot en met 8 van parketnummer 15/810366-14 ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland heeft verdachte schuldig bevonden aan meerdere feiten van feitelijke aanranding van de eerbaarheid en schennis van de eerbaarheid, gepleegd in 's-Gravenhage in 2014. De feiten betroffen onder meer het betasten van borsten en billen, het tonen van een ontblote penis en het onverhoeds klaarkomen over slachtoffers in het openbaar. Verdachte heeft deze gedragingen ondanks eerdere aanhouding en schorsing voortgezet, wat een groot gevoel van onveiligheid bij de slachtoffers veroorzaakte.
De rechtbank sprak verdachte vrij van enkele tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs, waaronder het primair ten laste gelegde feit 2 en de feiten 5 tot en met 8 onder parketnummer 15/810366-14. Voor de overige feiten werd verdachte veroordeeld op basis van bekentenissen, verklaringen van slachtoffers en proces-verbalen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte, hoewel meerderjarig, vanwege een pervasieve ontwikkelingsstoornis en licht verminderde toerekeningsvatbaarheid, onder het jeugdstrafrecht valt. De opgelegde straf bestaat uit 180 dagen jeugddetentie waarvan 86 dagen niet ten uitvoer worden gelegd met een proeftijd van twee jaar, een taakstraf van 100 uur en verplichte behandeling en reclasseringstoezicht. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering wegens gebrek aan bewezen feiten.
De strafrechtelijke sancties zijn mede gebaseerd op de ernst van de feiten, het blijvende psychisch leed van de slachtoffers en het feit dat verdachte weinig leerbaar bleek en ondanks toezeggingen tot gedragsverandering terugviel in het criminele gedrag.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 180 dagen jeugddetentie waarvan 86 dagen voorwaardelijk en 100 uur taakstraf met verplichte behandeling en reclasseringstoezicht.