Uitspraak
[verdachte]
Beoordeling
mitsin dat verzoek voldoende concreet en nauwkeurig is gesteld dat en waarom verdachte apert onrechtmatig wordt vastgehouden.
Rechtbank Noord-Holland
Een verdachte werd op 13 augustus 2015 in verzekering gesteld wegens verdenking van schennis van de eerbaarheid. Zijn raadsman verzocht de rechter-commissaris onverwijld tijd en plaats van het verhoor te bepalen om de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling te toetsen, stellende dat de aanhouding onrechtmatig was.
De rechter-commissaris overlegde met het Openbaar Ministerie, dat het verzoek afwees omdat de wet alleen de officier van justitie bevoegd stelt tot het indienen van een verzoek tot het bepalen van tijd en plaats van het verhoor. De rechter-commissaris stelde vast dat artikel 59a Sv niet vermeldt dat de verdachte of diens raadsman een dergelijk verzoek kan doen.
Hoewel de rechter-commissaris erkent dat een verdachte die meent onrechtmatig vast te zitten zich tot de rechter moet kunnen wenden, oordeelde hij dat het verzoek onvoldoende concreet en nauwkeurig was om tot een toetsing over te gaan. De inverzekeringstelling was gegrond op feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, en de vermeende onrechtmatigheid van de aanhouding leidt niet automatisch tot onrechtmatigheid van de inverzekeringstelling.
Daarom verklaarde de rechter-commissaris het verzoek niet ontvankelijk en wees hij het af. De beslissing werd mondeling genomen op 14 augustus 2015 en schriftelijk vastgelegd op 21 augustus 2015.
Uitkomst: Het verzoek tot toetsing van de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling is niet ontvankelijk verklaard.