ECLI:NL:RBNHO:2015:8040
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek omgangsregeling biologische vader met minderjarige kinderen
De biologische vader verzocht de rechtbank om een omgangsregeling met zijn twee minderjarige kinderen vast te stellen. De rechtbank stelde als voorwaarde dat eerst een statusvoorlichting zou plaatsvinden om de kinderen te informeren over hun biologische vader. Er heeft één gesprek plaatsgevonden tussen de gezinsvoogd en de kinderen, maar de moeder gaf geen emotionele toestemming voor voortzetting van dit traject.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde proefcontacten binnen een statusvoorlichtingsproces, maar constateerde ook dat de weerstand van de moeder en de juridische vader te groot was, waardoor de emotionele ontwikkeling van de kinderen in gevaar kon komen. De rechtbank onderschreef dit en stelde vast dat voortzetting van de statusvoorlichting niet in het belang van de kinderen is.
De rechtbank oordeelde dat het vaststellen van een omgangsregeling de draagkracht van de kinderen te boven gaat. Het verzoek van de biologische vader werd daarom afgewezen. De moeder blijft verantwoordelijk voor het positief bijstellen van het beeld dat de kinderen van hun biologische vader hebben, met behulp van hulpverlening.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling tussen de biologische vader en de minderjarige kinderen wordt afgewezen.