Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
verweerster,
verweerster,
verweerster,
verweerster,
verweerster,
verweerster.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 10 februari 2015 een verzoek van een ondernemer tot het opleggen van een dwangakkoord aan zijn schuldeisers. De ondernemer bood een schuldregeling aan waarbij preferente schuldeisers 13% en concurrente schuldeisers 6,5% van hun vorderingen zouden ontvangen. Deze regeling was gebaseerd op een door de gemeente verstrekt Bbz-krediet van €30.000 en een prognose van een jaarlijkse aflossingscapaciteit van €10.000.
Van de schuldeisers, die gezamenlijk ongeveer 37% van de totale schuld vertegenwoordigen, weigerden meerdere partijen instemming met het akkoord omdat het voorstel te laag was en de ondernemer niet de maximale inspanning leverde om een hogere uitkering te realiseren. Ook werd gewezen op het feit dat de ondernemer na faillissement een nieuwe onderneming was gestart zonder aflossing op oude schulden.
De rechtbank oordeelde dat het aangeboden akkoord niet het maximaal haalbare betrof en dat de verwachting gerechtvaardigd was dat bij toepassing van de schuldsaneringsregeling meer zou kunnen worden afgelost. Tevens bood de schuldsaneringsregeling betere waarborgen voor naleving van arbeidsverplichtingen. Gezien deze omstandigheden en het belang van de schuldeisers, werd het verzoek tot dwangakkoord afgewezen. Een beslissing over toelating tot de schuldsaneringsregeling volgt in een aparte uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen omdat het aanbod niet het maximaal haalbare betreft en een substantieel deel van de schuldeisers niet instemt.