ECLI:NL:RBNHO:2015:9468
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen tijdelijke ontheffing docent UvA
Verzoeker, docent aan de Universiteit van Amsterdam, is door het college van bestuur tijdelijk ontheven van zijn lesgevende taken en kreeg een dienstopdracht om niet aanwezig te zijn bij colleges en werkgroepen en zich te onthouden van alles wat de geregelde gang van het onderwijs kan verstoren. Dit besluit is genomen omdat verzoeker zich niet wilde voegen naar het vastgestelde vernieuwde onderwijsprogramma, ondanks meerdere gesprekken en afwegingen van belangen.
Verzoeker stelde dat het besluit ten onrechte de academische vrijheid onvoldoende heeft meegewogen en dat hij onterecht werd beschuldigd van het intimideren van collega’s, terwijl hij juist zelf gepest zou worden. De voorzieningenrechter oordeelde dat de academische vrijheid niet onbeperkt is en begrensd wordt door de kaders van het onderwijsprogramma. Ook werd een tweet van verzoeker waarin hij oproept het college bij te wonen dat hij niet mag geven als mogelijk intimiderend beschouwd.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het college van bestuur in redelijkheid tot het besluit kon komen en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen. Tevens werd overwogen dat de juridische grondslag voor tijdelijke ontheffing niet onjuist is, omdat het niet uitgesloten is dat verzoeker binnen afzienbare tijd andere taken zal krijgen toegewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de tijdelijke ontheffing van onderwijstaken wordt afgewezen.