ECLI:NL:RBNHO:2015:9519
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en ontzegging omgangsrecht in het belang van minderjarige
De rechtbank Noord-Holland behandelde twee zaken betreffende het gezag en de zorgregeling van een minderjarige. De moeder verzocht om wijziging van het gezamenlijk gezag in éénhoofdig gezag en beëindiging van de omgangsregeling met de vader. De Raad voor de Kinderbescherming bracht een advies uit waarin werd geadviseerd het gezamenlijk gezag te handhaven en de zorgregeling aan te houden voor zes maanden.
De rechtbank overwoog dat het belang van het kind centraal staat en dat gezamenlijk gezag alleen mogelijk is bij constructieve communicatie tussen ouders. Uit de feiten bleek dat sinds de scheiding in 2011 nauwelijks overleg was geweest en de vader geen actieve rol nam in het gezag. De wijze waarop toestemming werd gegeven door de vader was niet in het belang van het kind, waardoor het risico bestond dat het kind klem zou raken tussen de ouders.
De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden zodanig waren gewijzigd dat het gezamenlijk gezag moest worden beëindigd en aan de moeder moest worden toegekend. Daarnaast werd de omgangsregeling met de vader beëindigd en het recht op omgang ontzegd, omdat het contact schadelijk was voor het kind en het kind rust nodig had. De vader werd aangemoedigd om na afloop van hulpverlening het initiatief te nemen tot contact. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en staat open voor hoger beroep.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en aan de moeder toegekend, en de vader wordt het recht op omgang met het kind ontzegd.