Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
“deze schenking, de opbrengst daarvan en alles wat hiervoor in de plaats treedt, zullen buiten iedere huidige of toekomstige goederengemeenschap vallen waarin de ontvanger getrouwd is of zal trouwen.”. Anders dan de vrouw, heeft de rechtbank geen reden om aan te nemen dat de overeenkomst geantidateerd zou zijn, aangezien op het door de man overgelegde bankafschrift als omschrijving bij de overboeking op 1 september 2014 vermeld staat:
“Schenking aan [naam man] volgens overeenkomst (ivm verruimde schenkingsregeling).”Aan de schenking van € 5.000,00 ligt geen schenkingsovereenkomst ten grondslag, maar daarbij staat op het bankafschrift bij de overboeking op 23 december 2013 als omschrijving vermeld:
“Belastingvrije schenking 2013, met uitsluitingsclausule alsmede uitsluiting van eventuele rente en vruchtgebruik.”. De man stelt zich derhalve terecht op het standpunt dat de schenkingen niet in het gemeenschappelijk vermogen vallen. Als gevolg van het feit dat - in ieder geval de schenking van € 15.000,00 - in het gemeenschappelijk vermogen is geïnvesteerd, is aan de zijde van de man een vergoedingsrecht in de zin van artikel 1:87 BW Pro jegens de gemeenschap is ontstaan. Dat ter zake van de schenking van € 5.000,00 eveneens een vergoedingsrecht is ontstaan, heeft de man onvoldoende onderbouwd. Niet duidelijk is waar dit bedrag aan is besteed. Op het vergoedingsrecht van de man is de beleggingsleer van toepassing. Nu partijen echter hebben nagelaten om te stellen wat toepassing van de beleggingsleer zou betekenen en evenmin feitelijke gegevens daaromtrent hebben verschaft, kan de rechtbank daarover geen oordeel geven.