ECLI:NL:RBNHO:2015:9901
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging gezamenlijk gezag vader over kind
De zaak betreft een verzoek van een minderjarig kind om het gezamenlijk gezag van de vader te beëindigen. De ouders zijn gescheiden sinds 2006 en hebben gezamenlijk gezag over het kind. Het kind heeft in een brief aangegeven dat zij niet wil dat haar vader het gezag over haar heeft. De bijzondere curator is benoemd en heeft gesprekken gevoerd met alle betrokkenen.
De bijzondere curator concludeert dat het kind zich niet begrepen voelt door de vader, mede vanwege diens houding ten aanzien van diagnoses en behandeling, maar adviseert het gezamenlijk gezag te handhaven omdat een wijziging het kind meer van de vader zou verwijderen. De rechtbank overweegt dat het gezamenlijk gezag het uitgangspunt is en dat een wijziging alleen kan plaatsvinden bij een onaanvaardbaar risico dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders of indien dit anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De rechtbank stelt vast dat er onvoldoende grond is voor beëindiging van het gezag. Hoewel de communicatie tussen ouders moeizaam is, wordt de moeder niet belemmerd in de uitoefening van het gezag. Het kind is te jong om de gevolgen van een gezagswijziging te overzien. De rechtbank benadrukt dat de oplossing ligt in verbetering van de onderlinge verhouding tussen ouders, eventueel met hulp van een orthopedagoog of systeemtherapeut. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag van de vader wordt afgewezen wegens onvoldoende grond en het belang van het kind bij behoud van het gezag.