Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[naam kind 1],geboren op [geboortedatum 1] in de gemeente Alkmaar;
[naam kind 2],geboren op [geboortedatum 2] in de gemeente Alkmaar,
Rechtbank Noord-Holland
De stiefvader verzocht de rechtbank om adoptie van zijn twee meerderjarige stiefkinderen, die respectievelijk 28 en 26 jaar oud zijn. De moeder stemde in met het verzoek en de vader verzette zich niet actief, hoewel hij geen contact meer had met de kinderen sinds 25 jaar. De rechtbank overwoog dat adoptie volgens artikel 1:228 BW Pro alleen mogelijk is voor minderjarige kinderen, een dwingendrechtelijke bepaling waar niet van kan worden afgeweken.
De stiefvader voerde aan dat het weigeren van de adoptie een inbreuk op het recht op gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro) zou betekenen, omdat hij al meer dan 25 jaar de vaderrol vervult en de kinderen zijn achternaam dragen. De rechtbank stelde echter dat het recht op adoptie niet tot de door het EVRM beschermde rechten behoort en dat het enkele feit dat het gezinsverband niet juridisch wordt erkend, geen onrechtmatige inmenging oplevert.
De rechtbank concludeerde dat de door de stiefvader aangevoerde omstandigheden onvoldoende waren om af te wijken van het minderjarigheidsvereiste. Ook de emotionele en praktische gevolgen voor het gezinsleven waren onvoldoende onderbouwd om een uitzondering te rechtvaardigen. Daarom werd het verzoek tot adoptie afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot adoptie van meerderjarige stiefkinderen door stiefvader wordt afgewezen wegens niet voldoen aan het minderjarigheidsvereiste.