Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[verzoekster] , te [woonplaats] verzoekster
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 3.873,84
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster heeft een bijstandsuitkering aangevraagd als alleenstaande ouder, maar deze aanvraag is afgewezen wegens overschrijding van de vermogensgrens. Zij heeft bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening omdat zij geen inkomsten meer heeft sinds het beëindigen van haar relatie en uitzetting uit de woning.
De voorzieningenrechter overweegt dat voor het treffen van een voorlopige voorziening sprake moet zijn van een acute financiële noodsituatie. Hoewel verzoekster geen inkomsten heeft en haar vermogen aan het aanspreken is, is onvoldoende onderbouwd dat zij niet kan voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan tot het bezwaar is beslist. Verzoekster beschikt over financiële middelen zoals spaargeld, aandelen en een auto die zij kan aanwenden.
De rechtbank acht het niet aannemelijk dat het afkopen van pensioen de enige mogelijkheid is om in levensonderhoud te voorzien, noch dat er sprake is van dreigende afsluiting van energievoorzieningen of broodnood. Ook het vooruitzicht van een langdurige bezwaar- en beroepsprocedure vormt geen reden voor een voorlopige voorziening.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en legt geen proceskostenveroordeling op. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een acute financiële noodsituatie.