De zaak betreft een beroep van eiseres tegen delen van een bestreden besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen, waarbij verduidelijkende voorschriften aan een eerder verleende omgevingsvergunning zijn verbonden. Eiseres betwist onder meer de stelling dat een terras groter dan 55 m2 in strijd is met het bestemmingsplan en de verduidelijkende voorschriften.
De rechtbank oordeelt dat de stelling over het terrasoppervlak en de verduidelijkende voorschriften geen besluiten zijn in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze voorschriften zijn slechts een uitleg van verweerder en niet aan te merken als zelfstandige besluiten. Hierdoor is de rechtbank niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep.
Omdat verweerder in de rechtsmiddelenclausule ten onrechte de indruk heeft gewekt dat beroep mogelijk was tegen alle delen van het besluit, veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter D.M. de Feijter op 15 december 2016.