ECLI:NL:RBNHO:2016:10864
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming erkenning minderjarige wegens belangenafweging
De man verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van een minderjarige, alsmede om een DNA-onderzoek te gelasten en een omgangsregeling vast te stellen. De moeder verzette zich tegen het verzoek en stelde dat de man niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de man ontvankelijk is, omdat afstammingszaken niet ter vrije bepaling van partijen staan. De belangenafweging richtte zich op het belang van de minderjarige bij een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling en het belang van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind.
De rechtbank volgde het advies van de bijzondere curator en het eerdere oordeel van het Gerechtshof Amsterdam dat erkenning niet in het belang van het kind is vanwege reële risico's op belemmering van de ontwikkeling en de zorgen van de moeder over het strafrechtelijk verleden van de man. De man kon niet aantonen dat de omstandigheden zodanig waren gewijzigd dat erkenning gerechtvaardigd zou zijn.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning af, evenals het verzoek tot DNA-onderzoek en het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling. Wel werd een bijzondere curator benoemd. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning, DNA-onderzoek en omgangsregeling afgewezen wegens belangen van moeder en welzijn minderjarige.