Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
mr. M. van der Meulen,
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek tot opheffing van de vereffening van de nalatenschap van Johannes Arnoldus de Vries, die was overleden op 5 mei 2015. Verzoekers, benoemd tot vereffenaars, vroegen op grond van artikel 4:209 BW Pro de vereffening op te heffen vanwege de geringe waarde van de baten van de nalatenschap. Uit de stukken bleek dat de nalatenschap een negatief saldo had van €107.581,40, waarbij de bezittingen vooral bestonden uit een verkochte eigen woning met een hypothecaire restschuld.
De kantonrechter oordeelde dat de omstandigheden aanleiding gaven om de vereffening op te heffen. Tevens werden de reeds gemaakte vereffeningskosten van €7.155,00, inclusief €4.080,12 aan loon voor de vereffenaars, vastgesteld en ten laste van de boedel gebracht. Verzoekers verzochten om vrijstelling van griffierecht, maar de kantonrechter wees dit af omdat de wet geen dergelijke vrijstelling voor dit verzoek kent.
De opheffing van de vereffening moet worden bekendgemaakt in de (digitale) Staatscourant en op www.rechtspraak.nl/uitspraken. De griffier werd opgedragen de beschikking onverwijld aan te bieden bij het boedelregister. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: De kantonrechter beveelt de opheffing van de vereffening en stelt de vereffeningskosten van €7.155,00 vast ten laste van de boedel.