ECLI:NL:RBNHO:2016:11049

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 november 2016
Publicatiedatum
10 januari 2017
Zaaknummer
C/15/250009 HA RK 16/202
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:16 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling gesteld

Verzoeker heeft op 26 september 2016 schriftelijk een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een bestuursrechtelijke hoofdzaak bij de rechtbank Noord-Holland. De wraking was gericht tegen mr. S. Slijkhuis, rechter in de hoofdzaak met zaaknummer HAA 16/3854 WVW V00.

De rechter heeft het wrakingsverzoek niet ingewilligd en schriftelijk gereageerd. Het verzoek werd echter ingediend nadat de uitspraak in de hoofdzaak op dezelfde dag was gedaan en verzonden. Volgens artikel 8:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een wrakingsverzoek worden ingediend voordat de uitspraak in de hoofdzaak is gedaan, omdat de zaak daarna niet langer bij de rechter in behandeling is.

De wrakingskamer heeft het verzoek dan ook buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid, conform het wrakingsprotocol van de rechtbank Noord-Holland. De beslissing is op 25 november 2016 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer, bestaande uit voorzitter mr. W.J. van Andel en leden mr. C.A.M. van der Heijden en mr. Ch.A. van Dijk. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het na de uitspraak in de hoofdzaak is ingediend.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/250009 HA RK 16/202
Beslissing van 25 november 2016
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verzoeker.
Het verzoek is gericht tegen:
mr. S. Slijkhuis,
hierna te noemen: de rechter.

1.Procesverloop

1.1
Verzoeker heeft op 26 september 2016 schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, afdeling publiekrecht, sectie bestuursrecht, locatie Haarlem, aanhangige zaak met als zaaknummer HAA 16/3854 WVW V00, hierna te noemen: de hoofdzaak.
1.2
De rechter heeft niet in de wraking berust en heeft op 3 oktober 2016 schriftelijk op het verzoek gereageerd.
1.3
Verzoeker heeft het wrakingsverzoek op 26 september 2016 om 23:13 uur ingediend. De uitspraak in de hoofdzaak is op 26 september 2016 gedaan en diezelfde dag per post verzonden.

2.De beoordeling

2.1
In artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke partijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2
Uit artikel 8:16, eerste lid, van de Awb volgt dat een verzoek om wraking moet worden gedaan voordat uitspraak is gedaan in de hoofdzaak. Nadat uitspraak is gedaan is de zaak immers niet langer bij de rechter of rechters in behandeling. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van wraking nadat in een zaak uitspraak is gedaan.
2.3
Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1, in samenhang met paragraaf 4.1 en 4.4 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www. rechtspraak.nl/Rechtbank Noord-Holland/Regels en procedures – zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling stellen.

3.Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het gedane verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk;
- laat het verzoek buiten behandeling;
- beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker en de rechter in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.J. van Andel, voorzitter, mr. C.A.M. van der Heijden en mr. Ch.A. van Dijk, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2016.[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.