ECLI:NL:RBNHO:2016:11049
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling gesteld
Verzoeker heeft op 26 september 2016 schriftelijk een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een bestuursrechtelijke hoofdzaak bij de rechtbank Noord-Holland. De wraking was gericht tegen mr. S. Slijkhuis, rechter in de hoofdzaak met zaaknummer HAA 16/3854 WVW V00.
De rechter heeft het wrakingsverzoek niet ingewilligd en schriftelijk gereageerd. Het verzoek werd echter ingediend nadat de uitspraak in de hoofdzaak op dezelfde dag was gedaan en verzonden. Volgens artikel 8:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een wrakingsverzoek worden ingediend voordat de uitspraak in de hoofdzaak is gedaan, omdat de zaak daarna niet langer bij de rechter in behandeling is.
De wrakingskamer heeft het verzoek dan ook buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid, conform het wrakingsprotocol van de rechtbank Noord-Holland. De beslissing is op 25 november 2016 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer, bestaande uit voorzitter mr. W.J. van Andel en leden mr. C.A.M. van der Heijden en mr. Ch.A. van Dijk. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het na de uitspraak in de hoofdzaak is ingediend.