ECLI:NL:RBNHO:2016:11226
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- W.J. van Andel
- C.E. van Oosten-van Smaalen
- H.M. van Dam
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen wrakingskamer rechtbank Noord-Holland
Verzoekster heeft op 3 oktober 2016 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters van de wrakingskamer die een eerder wrakingsverzoek van haar behandelen tegen een kantonrechter. Zij stelde dat onduidelijkheid over de datum van ontvangst van een reactie van de kantonrechter door de griffier duidt op partijdigheid van de wrakingskamer.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld op 4 oktober 2016, waarbij verzoekster niet is verschenen. De rechters hebben verklaard dat de griffier geen lid is van de wrakingskamer en dat administratieve handelingen van de griffier hen niet betreffen. De wrakingskamer stelde vast dat verzoekster tijdig en correct was opgeroepen.
De wrakingskamer oordeelde dat de vermeende onduidelijkheid over de datum van ontvangst van de reactie geen aanwijzing is voor partijdigheid. De datum op de reactie betreft de datum van het oorspronkelijke wrakingsverzoek, niet de datum van verzending. Er was geen sprake van feiten of omstandigheden die een vooringenomenheid rechtvaardigen.
Daarnaast constateerde de wrakingskamer dat verzoekster lichtvaardig en zonder voldoende grond tot wraking was overgegaan, wat misbruik van het wrakingsrecht oplevert. Daarom wordt een volgend wrakingsverzoek in deze procedure niet in behandeling genomen.
De wrakingskamer wijst het wrakingsverzoek af, beveelt toezending van de beslissing aan partijen en bepaalt dat de hoofdprocedure wordt voortgezet zoals die was voor het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid en misbruik van het wrakingsrecht.