ECLI:NL:RBNHO:2016:11532
Rechtbank Noord-Holland
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing pleidooiverzoek wegens onredelijke vertraging in civiele procedure
In deze civiele procedure tussen eiser en gedaagde heeft de kantonrechter het pleidooiverzoek van de gedaagde afgewezen. De zaak betrof een geschil waarbij de eiser de gedaagde had gedagvaard en de gedaagde een tegenvordering had ingediend. Na het antwoord van de gedaagde en de daaropvolgende schriftelijke reacties van de eiser, heeft de kantonrechter besloten dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen.
De gedaagde heeft vervolgens geen verdere schriftelijke reactie gegeven op het repliek van de eiser en het antwoord in de tegenvordering. Een verzoek tot uitstel van de gedaagde werd afgewezen en er werd een datum voor vonnisbepaling vastgesteld. Na deze datum heeft de gedaagde alsnog een pleidooiverzoek ingediend.
De kantonrechter oordeelde dat een pleidooi waarin de volledige omvang van de zaak opnieuw aan de orde kan komen niet gerechtvaardigd is in deze procedure en dat het verzoek zou leiden tot onredelijke vertraging. Daarom werd het pleidooiverzoek afgewezen en werd de zaak verwezen naar de rol van 7 juli 2016 voor vonnis.
Uitkomst: Het pleidooiverzoek van de gedaagde is afgewezen wegens onredelijke vertraging.