Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 1.500.000,-en dat aan veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van veroordeelde en zijn raadsvrouw
NbSr2002/247), mits aan twee, in die uitspraak genoemde, voorwaarden is voldaan. Dat is in casu het geval. Bij deze wijze van berekenen wordt gekeken naar de contante inkomsten en uitgaven waarbij wat er meer wordt uitgegeven dan dat er binnenkomt kan worden aangemerkt als wederrechtelijk verkregen voordeel, indien daarvoor geen aannemelijke verklaring wordt gegeven. Dusdoende kan een eenvoudige kasopstelling worden gebruikt om het wederrechtelijk verkregen voordeel te berekenen.
€ 0,-gesteld nu het familiekapitaal niet in de kasopstelling wordt meegenomen, omdat deze als niet aannemelijk is de strafzaak is gekwalificeerd. [2]
€ 942.166
€ 42.300,-
€ 2.240.855,-
€ 1.340.989.
6.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 1.335.989.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 1.335.989,-ter ontneming van door hem wederrechtelijk verkregen voordeel.