De zaak betreft het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder om een WGA-uitkering toe te kennen aan een ex-werknemer, waarbij de duurzaamheid van diens volledige arbeidsongeschiktheid ter discussie staat.
De ex-werknemer was werkzaam als zinkzetter en meldde zich ziek in december 2012. Verweerder kende hem per 1 december 2014 een WGA-uitkering toe, omdat hij 100% arbeidsongeschikt werd geacht. Eiseres betwist dat de arbeidsongeschiktheid duurzaam is, wat zou leiden tot een IVA-uitkering in plaats van WGA, met financiële gevolgen voor haar.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek en de motivatie van verweerder onvoldoende zijn. De bezwaarverzekeringsarts kon geen concrete afweging maken vanwege het ontbreken van een machtiging voor het opvragen van medische gegevens en onduidelijkheden in de rapportages. Hierdoor is niet aannemelijk gemaakt dat de arbeidsongeschiktheid duurzaam is.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder een nieuw besluit te nemen met een deugdelijke motivering. Tevens worden de proceskosten aan eiseres toegekend.