ECLI:NL:RBNHO:2016:159
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte plofkraak en diefstal wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Noord-Holland heeft verdachte vrijgesproken van vier ten laste gelegde feiten: voorbereidingshandelingen voor een plofkraak in Hoorn, een plofkraak in Zwaag, diefstal van een fiets uit een caravan in Harderwijk en deelname aan een criminele organisatie. De zaak betrof een reeks ram- en plofkraken in Noord-Holland tussen 2011 en 2015.
Hoewel DNA-sporen op een gevonden baseballpet en een handschoen werden aangetroffen die matchten met verdachte, kon de rechtbank niet met zekerheid vaststellen dat verdachte daadwerkelijk de betrokken persoon was of dat hij de handschoenen droeg tijdens de feiten. Ook glasvergelijkend onderzoek toonde een match met glas van een voertuig bij de plofkraak, maar dit was onvoldoende om wettig en overtuigend bewijs te leveren.
De officier van justitie eiste vrijspraak voor het feit van de plofkraak in Zwaag en bewezenverklaring van de overige feiten, maar de rechtbank volgde de verdediging en sprak verdachte vrij van alle feiten. De vordering tot schadevergoeding van ING Bank werd afgewezen wegens het ontbreken van bewezenverklaring. De rechtbank concludeerde dat er geen aanwijzingen waren voor deelname van verdachte aan een criminele organisatie.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.