Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Stichting Agora
Rechtbank Noord-Holland
De Stichting Agora verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [de werknemer] op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan door ziekte of gebreken veroorzaakt. De werknemer erkende haar ongeschiktheid en gaf aan dat herplaatsing niet mogelijk was.
Partijen waren het eens over het ontbreken van herplaatsingsmogelijkheden en de redelijkheid van ontbinding. De kantonrechter oordeelde dat er een redelijke grond voor ontbinding was op basis van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW, in samenhang met artikel 7:669 lid 3 onderdeel Pro d BW.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 juni 2016, rekening houdend met een opzegtermijn van drie maanden. Er werd geen vergoeding toegekend en partijen werden veroordeeld tot het dragen van hun eigen proceskosten. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juni 2016 wegens ongeschiktheid van de werknemer zonder mogelijkheid tot herplaatsing.