Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de straf
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Vordering tot tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
TIEN (10) MAANDEN;
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 373,67(zegge: driehonderddrieënzeventig euro en zevenenzestig eurocent), bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, aan [slachtoffer 2], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een (van de) medeverdachte(n) is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd;
[slachtoffer 2]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 373,67 (zegge: driehonderddrieënzeventig euro en zevenenzestig eurocent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
zeven (7) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;
honderdtwintig (120) dagen, opgelegd bij vonnis van de politierechter d.d. 1 februari 2013.