Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[eiser1],
[eiser2],
[eiser3],
[eiser4],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 15 juli 2015
- het proces-verbaal van comparitie van 8 december 2015
- de brief van de zijde van [gedaagde] d.d. 5 januari 2016 met een verzoek tot aanpassing van het proces-verbaal
- de reactie van [eisers] bij brief d.d. 11 januari 2016
- het antwoord van deze rechtbank bij brief d.d. 14 januari 2016
- de brief van de zijde van [eisers] d.d. 15 januari 2016 met het verzoek aan de rechtbank om een nadere toelichting
- het antwoord van deze rechtbank bij brief d.d. 16 januari 2016.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Ten aanzien van de primaire vorderingen
Nu [eisers] ter zitting hebben verklaard dat zij in februari 2013 een bedrag van € 200.000,- (en niet een hoger bedrag, zoals de dagvaarding doet vermoeden) op de privérekening van [gedaagde] hebben gestort, waarvan [gedaagde] volgens hen ten onrechte een bedrag van € 100.000,- niet heeft doorgestort aan Brain Required S.A. dan wel een andere aan [A.] gelieerde vennootschap, gaat de rechtbank ervan uit dat de vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking ziet op dat bedrag van € 100.000,-. De vordering zal worden afgewezen. Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank in r.o. 4.3. en 4.4. ten aanzien van de door [eisers] gestelde wanprestatie van [gedaagde] heeft overwogen, is naar het oordeel van de rechtbank de gestelde verrijking van [gedaagde] (en verarming van [eisers]) door [eisers] onvoldoende onderbouwd. [eiser1] en [eiser2] hebben een positie van € 200.000,- in het project “Parrita” verkregen en zijn in die zin dus niet verarmd. Het vermogen en de positie van [gedaagde] in het project is met € 100.000,- verminderd, zodat hij ter zake niet is verrijkt.
5.160,00(2,0 punten × tarief € 2.580,00)