Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Inleiding
- feit 1: primair een poging ram-/plofkraak in Hoorn op 30 januari 2015, subsidiair de voorbereidingshandelingen daartoe,
- feit 2: een poging ram- /plofkraak in Almere op 17 maart 2011,
- feit 3: een ram- /plofkraak in Laren op 3 maart 2011,
- feit 4: een ram- /plofkraak in Joure op 3 juni 2014,
- feit 5: het verrichten van voorbereidingshandelingen voor een ram-/plofkraak in Bergeijk op 12 april 2014 dan wel in de periode van 12 tot en met 14 april 2014,
- feit 6: het lidmaatschap van een criminele organisatie.
4.Bewijs
deelnemingaan strafbare feiten.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
.Gelet daarop ziet de rechtbank geen aanleiding de schorsing van de voorlopige hechtenis te verlengen.
8.Vordering benadeelde partij
- afwikkelingsschade € 4.873,29
- buit € 4.780,00
- onderzoekskosten € 2.160,00
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
24 (vierentwintig) maanden.
ING Bank N.V., Bijlmerdreef 24, 1102 CT Amsterdam Zuid-Oost geleden schade tot een bedrag van
€ 11.813,29(zegge: elfduizend achthonderddertien euro en negenentwintig cent), bestaande uit materiële schade (feit 4, zaaksdossier 9), en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan de ING Bank N.V., voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[94] dagen(zegge: vierennegentig dagen) hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.