ECLI:NL:RBNHO:2016:2409
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering schadefonds geweldsmisdrijven wegens ontbreken ernstig letsel
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven naar aanleiding van een mishandeling op 6 augustus 2011, waarbij hij lichamelijke en psychische klachten zou hebben opgelopen. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat het letsel niet als ernstig werd aangemerkt volgens de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg). De medisch adviseur concludeerde dat er geen langdurige of blijvende ernstige medische gevolgen waren en dat er onvoldoende bewijs was voor ernstig psychisch letsel.
Eiser stelde dat hij wel degelijk ernstig psychisch letsel had opgelopen door de mishandeling en daaropvolgende bedreigingen en brandstichtingen, onderbouwd met politieaangiften. De rechtbank vond echter dat deze aangiften onvoldoende objectief bewijs vormen en dat de incidenten niet frequent genoeg waren om van stelselmatige belaging te spreken. Ook ontbrak het aan medische gegevens die het advies van de medisch adviseur zouden weerleggen.
Daarnaast faalde het beroep van eiser op het vertrouwensbeginsel omdat verweerder geen concrete toezegging had gedaan dat het overleggen van aangiften voldoende bewijs zou zijn voor een uitkering. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit voldoende was gemotiveerd en dat verweerder de aanvraag in redelijkheid had kunnen afwijzen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag uitkering schadefonds geweldsmisdrijven wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van ernstig letsel.