ECLI:NL:RBNHO:2016:2510
Rechtbank Noord-Holland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot afgifte caravan en overige roerende zaken na overlijden erflaatster
De kinderen van de overleden erflaatster vorderden in kort geding de afgifte van een caravan en andere roerende zaken van gedaagde, die een langdurige relatie had met de erflaatster maar geen formele juridische band. Gedaagde beriep zich op een uiterste wilsbeschikking waarin hij een levenslang gebruiksrecht op de caravan zou hebben, en stelde mede-eigenaar te zijn.
De kantonrechter oordeelde dat de uiterste wilsbeschikking niet voldoet aan de eisen van artikel 4:97 BW Pro en geen rechtsgevolgen kan hebben. Daarnaast was onvoldoende aannemelijk dat gedaagde mede-eigenaar was van de caravan, mede gelet op bewijsstukken en verklaringen. De vordering tot afgifte van de caravan werd daarom toegewezen met een dwangsom.
Ook werden vorderingen toegewezen tot betaling van een voorschot op vervangende schadevergoeding voor roerende zaken die gedaagde uit het huis van de erflaatster had meegenomen en tot betaling van een bedrag dat gedaagde ten onrechte had ontvangen van een nieuwe huurster. De proceskosten werden aan gedaagde opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot afgifte van de caravan en betaling van een voorschot op vervangende schadevergoeding wordt toegewezen met een dwangsom en proceskostenveroordeling.