ECLI:NL:RBNHO:2016:2699

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 maart 2016
Publicatiedatum
5 april 2016
Zaaknummer
4941835 OA VERZ 16-80
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:671b lid 1 onderdeel a BWArt. 7:669 lid 3 onderdeel g BWArt. 7:671b lid 8 onderdeel a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding zonder herplaatsingsmogelijkheid

Stichting Parlan heeft bij de Rechtbank Noord-Holland een verzoek ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer heeft verweer gevoerd, maar erkent eveneens dat de arbeidsverhouding zodanig verstoord is dat voortzetting redelijkerwijs niet meer van de werkgever kan worden verlangd. Tevens is er overeenstemming dat herplaatsing niet mogelijk is.

De kantonrechter stelt vast dat aan de wettelijke vereisten van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a BW is voldaan, in samenhang met artikel 7:669 lid 3 onderdeel Pro g BW. Gezien het ontbreken van herplaatsingsmogelijkheden en de erkenning van de onherstelbare verstoring, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden met ingang van 1 augustus 2016, rekening houdend met de overeengekomen opzegtermijn van vier maanden.

De kantonrechter bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De uitspraak is op 30 maart 2016 in het openbaar gedaan door kantonrechter P.J. Jansen.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 augustus 2016 wegens een onherstelbare verstoorde arbeidsverhouding zonder herplaatsingsmogelijkheid.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht
Sectie Kanton - locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 4941835 \ OA VERZ 16-80 (PA)
Uitspraakdatum: 30 maart 2016
Beschikking in de zaak van:
de stichting
Stichting Parlan,
gevestigd te
Alkmaar
verzoekende partij
verder te noemen: Parlan
gemachtigde: mr. E.A.T. den Haan-van Wijk
tegen
[naam],
wonende te [woonplaats]
verwerende partij
verder te noemen: [de werknemer]
gemachtigde: mr. P.P.J.L. Appelman

1.Het procesverloop

1.1.
Parlan heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [de werknemer] heeft een verweerschrift ingediend.

2.De beoordeling

2.1.
Parlan verzoekt de arbeidsovereenkomst met [de werknemer] te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW). Aan dit verzoek legt Parlan ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – een verstoorde arbeidsverhouding en dat herplaatsing van [de werknemer] niet meer mogelijk is.
2.2.
[de werknemer] heeft verweer gevoerd, maar heeft ook erkend dat inmiddels sprake is van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van Parlan in redelijkheid niet meer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ook [de werknemer] ziet geen mogelijkheden meer voor herplaatsing.
2.3.
Nu [de werknemer] heeft erkend dat de arbeidsverhouding verstoord is, en partijen het erover eens zijn dat die verstoring onherstelbaar is en herplaatsing van [de werknemer] niet meer mogelijk moet worden geacht, zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden. Gelet op de standpunten van partijen is immers sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW, in verbinding met artikel 7:669 lid Pro 3, onderdeel g, BW, en is er geen mogelijkheid tot herplaatsing van [de werknemer] .
2.4.
Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een opzegtermijn van vier maanden. Daarvan uitgaande zal de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8, onderdeel a, BW worden ontbonden met ingang van 1 augustus 2016.
2.5.
Gezien de uitkomst van de zaak is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 augustus 2016;
3.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
3.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter en op 30 maart 2016 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter