Op 11 augustus 2013 gaf verdachte aan het slachtoffer, werkzaam op de Beverwijkse Bazar, een kopstoot tijdens een confrontatie over geluidsoverlast. Het slachtoffer liep hierdoor een hersenschudding en een fikse hoofdwond op. De rechtbank sprak verdachte vrij van de poging zware mishandeling omdat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op zwaar letsel heeft aanvaard.
De rechtbank oordeelde wel dat het subsidiair ten laste gelegde feit van opzettelijke mishandeling bewezen is. Getuigenverklaringen, waaronder die van een onpartijdige getuige vlak na het incident, werden als betrouwbaar beoordeeld. Het verzoek om een minderjarige getuige te horen werd afgewezen wegens onvoldoende noodzaak.
De rechtbank legde een taakstraf van 40 uur op, passend bij de ernst van de mishandeling en de omstandigheden, waaronder het geweld in een openbare ruimte. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat onvoldoende duidelijk was dat de schade volledig aan verdachte kon worden toegerekend. De benadeelde partij werd verwezen naar de burgerlijke rechter.