Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
,
verweerster.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde het verzoek van verzoekster om BDO Finance te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet. Verzoekster heeft een schuld van bijna €20.000 bij zes schuldeisers, waarvan BDO Finance een vordering van €6.600 heeft. De aangeboden regeling voorziet in een uitkering van 14,58% aan preferente en 7,29% aan concurrente schuldeisers, maar BDO Finance weigert in te stemmen vanwege een fraudevordering en twijfels over de naleving van verplichtingen.
Namens verzoekster is verklaard dat de fraude uit 2008 dateert en dat controle op sollicitatie-inspanningen plaatsvindt via de gemeente Zaanstad en de Participatiewet, met sancties bij niet-naleving. De rechtbank oordeelt echter dat BDO Finance in redelijkheid tot weigering kon komen, mede vanwege de lage uitkering en het feit dat de wettelijke schuldsanering met bewindvoerder en rechter-commissaris betere waarborgen biedt.
De rechtbank concludeert dat verzoekster niet te goeder trouw is en dat de belangen van BDO Finance zwaarder wegen, waardoor het verzoek wordt afgewezen. Verzoekster kan het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsanering handhaven, waarover apart wordt beslist.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt afgewezen omdat BDO Finance terecht weigert in te stemmen.