ECLI:NL:RBNHO:2016:3522
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in bestuursrechtelijke belastingzaken
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters die betrokken waren bij bestuursrechtelijke belastingzaken, omdat hij van mening was dat de rechters vooringenomen waren door het niet horen van bepaalde getuigen. Tijdens de zitting op 27 januari 2016 had verzoeker verzocht om het horen van getuigen A en C, wat door de rechters werd afgewezen met verwijzing naar vaste jurisprudentie en onvoldoende concretisering van het bewijsaanbod.
De wrakingskamer overwoog dat het niet horen van deze getuigen een procesbeslissing betreft die in beginsel niet kan leiden tot wraking, tenzij de beslissing of motivering daarvan zo onbegrijpelijk is dat dit wijst op vooringenomenheid. Dit was niet het geval. Zowel de subjectieve toets (vermoeden van vooringenomenheid door verzoeker) als de objectieve toets (redelijke vrees voor partijdigheid) werden niet door de feiten ondersteund.
De wrakingskamer concludeerde dat de rechters onpartijdig zijn gebleven en dat het wrakingsverzoek daarom moet worden afgewezen. Tevens werd bepaald dat het proces in de hoofdzaken wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.