ECLI:NL:RBNHO:2016:3626
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H.L.C. Bijvoet
- M.C.A. Onderwater
- A.E. Keulemans
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over indeling medische implantaatschroeven in de gecombineerde nomenclatuur
De rechtbank Noord-Holland behandelt een geschil tussen een medisch bedrijf en de Belastingdienst/Douane over de intrekking van bindende tariefinlichtingen (bti's) voor medische implantaatschroeven. Deze schroeven werden aanvankelijk ingedeeld onder GN-code 9021 90 90, maar de Belastingdienst trok deze indelingen in op basis van EU-Verordening 1212/2014, die schroeven voor chirurgisch gebruik als delen voor algemeen gebruik classificeert.
De implantaatschroeven zijn speciaal ontworpen voor orthopedische toepassingen, vervaardigd uit roestvrij staal of titaniumlegeringen, en worden met medisch gereedschap in het lichaam ingebracht. De rechtbank onderzoekt of deze schroeven terecht zijn geclassificeerd als delen voor algemeen gebruik, waarbij het geschil draait om de vraag of de inherente bestemming van het product meegewogen mag worden bij de tariefindeling.
De rechtbank constateert dat de EU-Commissie bij de indeling vooral kijkt naar uiterlijke kenmerken en niet naar de inherente bestemming, wat volgens de rechtbank mogelijk de bevoegdheden van de Commissie overschrijdt. Daarom legt de rechtbank prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van de GN-post 9021 en de geldigheid van Verordening 1212/2014. Het geding wordt geschorst totdat het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De rechtbank schorst de procedure en stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de tariefindeling van medische implantaatschroeven en de geldigheid van Verordening 1212/2014.